Product toegevoegd aan winkelmand

Uitgaansgeweld en uitgaansoverlast

Rb Middelburg: Collectieve Horecaontzegging Hulst

29 maart 2009

Deze zaak draait om het ongedaan maken van twee collectieve horecaontzeggingen op straffe van een dwangsom en het betalen van een schadevergoeding. De vorderingen hiertoe wijst de rechtbank af.

Instantie

Rechtbank Middelburg

Rolnummer

64497

Beschrijving

De eisers zijn twee personen die een Collectieve Horecaontzegging (CHO) voor de duur van twee jaar kregen voor de aangesloten horeca in Hulst, vanwege het overtreden van huis- en gedragsregels. De bij de CHO aangesloten horeca in Hulst zijn in deze zaak de gedaagden.

Eisers beklagen zich dat de duur van de ontzegging (twee jaar) niet overeen komt met de afspraken in het convenant ‘Veilig uitgaan in Hulst’, waarin staat enkele weken tot één of meer maanden. Bovendien hebben de gedaagden niet aangegeven welke huis- of gedragsregels zijn overtreden. Ook hebben de eisers te lijden gehad onder het belasterend effect van de CHO en het niet kunnen onderhouden van sociale contacten.

De gedaagden stellen dat de eisers om drie redenen niet-ontvankelijk zijn:

  • De lokale afdeling van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is bevoegd om voor de aangesloten horecabedrijven een CHO op te leggen dan wel op te heffen. In dit geval zijn dan ook niet de juiste partijen gedaagd.
  • Eén van de eisers staat bij de uitbaters bekend als agressieve persoonlijkheid die al eerder een CHO opgelegd heeft gekregen. Hiertegen is geen actie ondernomen door de eiser.
  • Ten slotte is al voordat de rechtszaak startte de duur van de betreffende CHO verkort van twee jaar naar zes maanden.

Oordeel rechtbank:

  • De lokale afdeling van de KHN heeft volgens het convenant in Hulst niet de bevoegdheid om te beslissen over ontzeggingen. De lokale horecaondernemers nemen dit besluit, de KHN verzorgt slechts de administratieve verwerking. KHN heeft in dit geval dus alleen namens de horeca uit het convenant gehandeld. Eisers zijn in dit geval dus wel ontvankelijk oordeelt de rechtbank.
  • De eis dat de ontzegging ongedaan moet worden gemaakt is niet meer van belang, aangezien de bijgestelde duur ervan (zes maanden) inmiddels is verstreken.
  • De gedaagden zijn bevoegd om derden de toegang tot hun zaak te ontzeggen, als redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de betreffende personen worden toegelaten. De exploitanten moeten daarbij altijd de maatschappelijke zorgvuldigheid in het oog houden. Dat is door gedaagden echter niet op alle punten gedaan. Zo is onvoldoende aangeven welke feiten en/of omstandigheden tot de ontzegging hebben geleid. Ook de duur van de ontzegging kwam niet overeen met de afgesproken termijn in het convenant. De gedaagden hebben op deze punten onrechtmatig gehandeld.
  • De vorderingen voor immateriële schade worden afgewezen, aangezien niet aannemelijk is dat de eer en goede naam van de eisers zijn aangetast en in hun persoonlijke vrijheid zijn beperkt. De CHO’s zijn niet openbaar gemaakt en ook niet met derden gedeeld. Ook zijn slechts 27 van de 103 horecabedrijven in Hulst aangesloten bij de CHO, waarbij de eisers niet in Hulst, maar in gemeente Terneuzen wonen.

Vindplaats

Op rechtspraak.nl (onder LJN: BK9255)