Product toegevoegd aan winkelmand
 

Prostitutiebeleid

Tweede evaluatie bestuurlijk toezicht raamprostitutie Amsterdam centrum

De Amsterdamse raamprostitutiebedrijven zijn in 2011 veel vaker gecontroleerd dan in 2010. Hierdoor kwamen er veel meer zaken aan het licht die niet in orde waren. Dit blijkt uit deze evaluatie van het toezicht op de prostitutiebranche van de gemeente Amsterdam.

Probleemstelling

In hoeverre functioneert het bestuurlijk toezicht op de prostitutiebranche en wat is er verbeterd ten opzichte van de evaluatie een jaar eerder. Op welke onderdelen is verbetering wenselijk?

Beschrijving

Het bestuurlijke toezicht door Stadstoezicht op de raambordelen op de Wallen en in het Singelgebied in Amsterdam functioneert nu twee jaar en wordt voor de tweede jaar op rij geëvalueerd.

Het onderzoek bestaat uit een documentanalyse en analyse van het cijfermateriaal uit 2011 (om een vergelijking met 2010 mogelijk te maken). Tenslotte zijn in 2011 en begin 2012 diepte-interviews gehouden met medewerkers van de gemeente, politie, prostituees en exploitanten van raambordelen.

Conclusies

  • Het bestuurlijk toezicht verloopt steeds beter. De start in 2010 verliep moeizaam, met name omdat het tijd kost om toezichthouders te werven en op te leiden. Rond het einde van het eerste jaar was deze input op orde. In het tweede jaar kon daarom worden gewerkt aan de output. Het aantal controles van een raamprostitutiebedrijf verdubbelde. In 2011 werd elk bordeel en prostitutieraam vier keer gecontroleerd. In 2010 was dit nog zo'n 1,5 keer per jaar. Hierdoor kwamen er veel meer zaken aan het licht die niet in orde waren.
  • Zo steeg het aantal geconstateerde signalen van mensenhandel van 19 naar 99. Niet duidelijk is of de gesignaleerde misstanden ook tot opsporingsonderzoeken hebben geleid en zo ja, wat daarvan de resultaten waren.
  • In 2011 is 38 keer een melding gedaan over een prostituee die uit het vak wilde stappen. Het is niet bekend hoe vaak dit in 2010 gebeurde.
  • Bij de controle van de 366 ramen werden 58 zaken geconstateerd die niet in orde waren, tegenover 11 in 2010. Deze 58 meldingen leidden tot 22 acties, die variëren van waarschuwingen voor slechte hygiëne, tot het daadwerkelijk weigeren van vergunningen.
  • Knelpunten zoals vele personeelswisselingen bij Stadstoezicht, een moeizame aanpak van problemen, het ontbreken van regie en onduidelijkheid op het gebied van doel, taken en bevoegdheden zijn voor een groot deel weggenomen. De samenwerking tussen Stadstoezicht en politie blijft echter wel een knelpunt.

In hoeverre het beoogde maatschappelijk effect (outcome) wordt bereikt, is met de huidige onderzoeksopzet niet vast te stellen.

Auteurs

Paul van Egmond en Paul Hulshof

Organisatie

DSP-groep in opdracht van de gemeente Amsterdam

Bestanden