Product toegevoegd aan winkelmand
 

Georganiseerde criminaliteit en ondermijning


Kansspelen en illegaal gokken

Hierbij gaat het zowel om de (legale) kansspelbranche als om illegale gokpraktijken (zoals illegale casino’s en bingo’s). Bij de eerste vorm bestaat er een risico op witwaspraktijken, bij de tweede is de exploitatie op zich al illegaal.

Signalen en signaleerders

Reclamemateriaal, klachten van deelnemers of gedupeerden. Anonieme meldingen, meldingen van toezichthoudende instanties, MOT, politie en Belastingdienst.

Verantwoordelijken

Gemeente, politie. In sommige gemeenten is de politie verantwoordelijk voor de vergunningverlening in het kader van de Wet op de kansspelen.

Strategische partners

Politie, Belastingdienst, College van toezicht op de kansspelen, OM, RIEC.

Vormen van toegepaste aanpak

Het College van Toezicht op de Kansspelen adviseert over het verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen voor de landelijke kansspelen, alsmede over het verlenen van instemming met de statuten en reglementen van de kansspelvergunninghouders.

Op lokaal niveau kan de gemeente optreden tegen het illegale gokwezen. Ondernemers die een speelautomatenhal willen beginnen, hebben een vergunning nodig voor de exploitatie hiervan. Die vergunning is gebaseerd op de APV en de Wet op de kansspelen.

In de APV kan ook worden bepaald dat de burgemeester de vergunning voor een speelautomatenhal kan weigeren als de woon- of leefsituatie in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het bedrijf.

Tevens kan hij overgaan tot intrekking of wijziging van de vergunning. Dit kan als aannemelijk is dat de houder of beheerder betrokken is bij verboden activiteiten of als hem ernstige nalatigheid kan worden verweten. Zoals bij het gelegenheid geven tot het spelen van kansspelen die in strijd zijn met de Wet op de kansspelen, drugsdelicten, heling en discriminatie.

Een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal kan getoetst worden op basis van de Wet Bibob.

De gemeente kan op grond van de Wet op de kansspelen een vergunningplicht instellen voor het hebben van kansspel- en/of speelautomaten. Ook is er voor een speelautomaat een aanwezigheidsvergunning op grond van APV en de Wet op de kansspelen vereist.

Een gemeente kan zelf bepalen hoeveel kansspel- en/of speelautomaten er in een inrichting aanwezig mogen zijn. Indien een speelautomaat is geplaatst zonder dat hiervoor een vergunning is aangevraagd, dan kan de politie proces-verbaal opmaken en de speelautomaat in beslag nemen.

Voor een speelautomatenhal is een vergunning op basis van een Speelautomatenhallenverordening nodig. Als de gemeenteraad die niet heeft vastgesteld, is het vestigen van zo’n hal niet mogelijk.

Aandachtspunten

De kansspelwet is zowel van toepassing op kansspelautomaten als op speelautomaten. Bij de laatste kan het spelresultaat uitsluitend verlenging van de speelduur of gratis spelen opleveren (bijvoorbeeld een flipperkast). Bovendien moet de speler het spelproces kunnen beïnvloeden. Alle andere automaten zijn kansspelautomaten, ook wel gokautomaten genoemd. Deze zijn vaak gericht op het uitkeren van geld.

Om gokverslaving zoveel mogelijk te voorkomen, staat de Wet op de kansspelen in laagdrempelige horecabedrijven géén kansspelautomaten toe. Laagdrempelige gelegenheden zijn bijvoorbeeld cafetaria’s, snackbars, sportkantines en wijkgebouwen.

Gemeenten kunnen zelf bepalen hoeveel kansspelautomaten maximaal in cafés en restaurants (hoogdrempelige horecabedrijven) aanwezig mogen zijn. Kansspelautomaten zijn in coffeeshops en prostitutiebedrijven verboden.

Praktijkvoorbeeld

In Amsterdam bestierde een topcrimineel van oudsher een aantal Besloten Vennootschappen voor de exploitatie van speelautomaten; al die bv’s hebben altijd op naam gestaan van zijn vriendin of van andere stromannen. De gemeente Amsterdam besloot twee van die automatenhallen geen vergunning meer te verlenen en te sluiten vanwege de connectie met de topcrimineel.

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid