Product toegevoegd aan winkelmand
 

Criminaliteit binnen familienetwerken


Stap 1 Quickscan

De eerste uitvraag binnen bestaande structuren en collegiaal overleg hebben de bestaande onderbuikgevoelens versterkt. De verzamelde signalen geven nog onvoldoende helder beeld van de situatie en de nodige aanpak. Daarom is verdere uitvraag noodzakelijk. Vragen die om opheldering vragen, zijn: wat betekenen de signalen? Is er sprake van samenhang? Hoe interpreteer je de signalen?

Casus

Na de signalen van de leerkracht, besluit de procesregisseur van het Zorg en Veiligheidshuis om de casus aan te melden voor een persoonsgerichte aanpak. Uit verschillende systemen komt informatie naar boven over het betrokken kind en zijn sociale context. Het blijkt dat zowel de gemeentelijke organisatie als verschillende ketenpartners uit het veiligheids- en het sociale domein inzetten op de situatie van dit kind. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat het kind mogelijk crimineel wordt uitgebuit door familieleden. De procesregisseur roept daarop alle ketenpartners bij elkaar voor een multidisciplinair overleg.

Het is belangrijk om in deze fase een aantal zaken goed in beeld te krijgen en van een gezamenlijke probleemdefinitie tot een uiteindelijk gedragen probleemeigenaarschap te komen. Op basis van de ontstane inzichten en zorgen wordt besloten de casus te verbreden naar een projectaanpak waarbij het lokaal bestuur de inzet ondersteunt en faciliteert.

 

In deze quickscan-fase is het enorm belangrijk om de juiste informatie te krijgen en de juiste partners te betrekken. Om vervolgens een gezamenlijk gedragen doel na te streven en ervoor te zorgen dat iedereen vanuit hetzelfde probleem werkt en zich verantwoordelijk voelt.

Wil je weten hoe je dit proces effectief vormgeeft en doorloopt? Neem dan contact op met CCV-adviseur Meike Lommers: meike.lommers@hetccv.nl of 030 751 67 00.

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid