Product toegevoegd aan winkelmand

Cameratoezicht


Wettelijk kader

Publiek uitkijken van camerabeelden is gebaseerd op de wettelijke taak van de (lokale) overheid om de openbare orde te handhaven. Vaak is fysiek toezicht niet afdoende of niet wenselijk, waardoor de optie voor cameratoezicht aanwezig is. De doelstelling van het publieke cameratoezicht is primair gebaseerd op artikel 151c van de Gemeentewetde Politiewet en de Wet politiegegevens.

Gemeentewet 151c

In artikel 151c van de Gemeentewet is bepaald dat het doel bij de toepassing van gemeentelijk cameratoezicht het handhaven van de openbare orde is. Hieronder valt ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeente. Cameratoezicht op grond van 151c heeft als eerste een signalerende functie. De camera ziet meer en met die informatie kunnen de politie en andere hulpdiensten op straat worden aangestuurd.

Sinds 1 juli 2016 is de Gemeentewet met betrekking tot cameratoezicht aangepast. 'Vast' cameratoezicht is vervangen door 'cameratoezicht'. Met de term 'cameratoezicht' wordt dan zowel vast als mobiel (ook wel flexibel of tijdelijk genoemd) cameratoezicht bedoeld. Daarnaast zijn 2 nieuwe leden ingevoegd.

Politiewet Artikel 3 

Artikel 3 van de Politiewet is de basis voor het optreden van de politie; ook in combinatie met artikel 151c van de Gemeentewet. 151c gaat namelijk uit van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde. De politie(taak) is verbonden met artikel 151c en het principe van cameratoezicht. Ook de operationele regie van de politie op het uitkijken van camerabeelden, is gebaseerd op dit artikel waarbij de grondslag voor het bewaren van de camerabeelden is belegd in de Wet politiegegevens (artikel 8 en 9).

Bij cameratoezicht is artikel 3 de grondslag voor het toepassen van flexibel cameratoezicht (onder andere onvoorziene ordeverstoringen of (de vrees voor) ordeverstoringen van tijdelijke aard, bijvoorbeeld bij een risicowedstrijd in het betaalde voetbal). De algemene politietaak om, in ondergeschiktheid van het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels, te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde, vormt de legitieme basis.

Politiewet Artikel 13 

Artikel 13 van de Politiewet verwijst naar het reguliere driehoeksoverleg. Conform artikel 151c van de Gemeentewet kan het driehoeksoverleg een periode vaststellen waarin, in het belang van de handhaving van de openbare orde, gebruik wordt gemaakt van de camera's en de met de camera's gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken.

Wet politiegegevens

De politie heeft een belangrijke rol bij het invoeren van cameratoezicht op openbare plaatsen. Zij is verantwoordelijk voor het verwerken van de beelden op grond van de Wet politiegegevens. De politie is ook de instantie die gebruik maakt van de beelden voor de handhaving van de openbare orde. Om deze reden is op grond van artikel 151c lid 3 van de Gemeentewet de operationele regie bij cameratoezicht in handen van de politie. Het is dus van groot belang dat de politie vanaf de oriëntatiefase al betrokken wordt bij de opzet en de uitvoering van het cameratoezicht.

Ondanks dat de politie verantwoordelijk is voor de operationele regie van cameratoezicht, kunnen camerabeelden ook door andere personen dan politiefunctionarissen (bijvoorbeeld beveiligingspersoneel) worden uitgekeken.