Product toegevoegd aan winkelmand
 
Terug naar nieuwsoverzicht

ToeZine: Hoe de NEa fraude tegengaat in de biobrandstofketen

Nul procent CO2-uitstoot door wegverkeer. Dat is de Europese ambitie voor 2050. De elektrische auto moet dat mogelijk maken. Maar zolang hiervoor de infrastructuur nog niet gereed is, blijven we voor het verminderen van de CO2-uitstoot afhankelijk van biobrandstoffen. De biobrandstofketen is internationaal en daarmee gevoelig voor fraude. Hoe pakt de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) dit aan? Lees het in ToeZine deze week.

Laat één ding duidelijk zijn: biobrandstof is een tijdelijke oplossing. Volledig CO2-neutraal wegverkeer in 2050 is met biobrandstoffen niet mogelijk. Hoewel deze hernieuwbare brandstof minder slecht is dan zijn fossiele grote broer, stoot het wegverkeer hiermee nog steeds CO2 uit. Tot er een volledige infrastructuur is voor elektrisch rijden en iedereen een elektrische auto heeft, is Nederland met name aangewezen op biobrandstoffen om CO2-uitstoot door wegverkeer terug te dringen.

Verplichte omslag

Leveranciers van brandstoffen moeten jaarlijks verplicht een deel van hun fossiele brandstoffen vervangen door hernieuwbare alternatieven, zoals biodiesel en bio-ethanol als alternatief voor benzine. Dat deel loopt jaarlijks op van 17.9 procent in 2022 naar 28 procent in 2030. “Bij de benzinepomp herken je het percentage biobrandstof aan de labels op de pomp”, vertelt Harry Geritz, hoofd Energie voor Vervoer bij de NEa. “B7 staat voor maximaal 7 procent biobrandstof in diesel. E5 en E10 voor het percentage ethanol in benzine.”

Het controleren van die jaarverplichting is een van de taken van de NEa. “Het is grotendeels administratief werk”, zegt Geritz. “Zo vergelijken we accijnsaangiftes van leveranciers en controleren we de administratie. Inspecteurs hebben dan ook vaak een achtergrond in de accountancy. Daarnaast doen we fysieke inspecties, door monsters van biobrandstoffen te nemen. Door koolstofanalyse kunnen we vaststellen of er biobrandstof is bijgemengd.”

Lees het artikel verder op ToeZine.nl

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid