Product toegevoegd aan winkelmand
 
Terug naar nieuwsoverzicht

Cybercrime: groot verschil tussen ervaring jongeren en cijfers politie

Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit worden gezien als een groeiend en blijvend maatschappelijk probleem. Er is echter een groot gat tussen cyberdaderschap dat jongeren in enquêtes melden en door politie en justitie geregistreerde cybercriminaliteit, schrijven onderzoekers André van der Laan en René Hesseling in Secondant.

Monitor Jeugdcriminaliteit

De bronnen laten dan ook tegengestelde ontwikkelingen zien, schrijven Van der Laan (WODC) en Hesseling (Nationale Politie). Dit blijkt ook in de Monitor Jeugdcriminaliteit 2020 van het WODC en het CBS.

Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit

In die monitor zijn ontwikkelingen in betrokkenheid van jeugdigen (12 tot 23 jaar) bij cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit beschreven, op basis van zelfrapportage, politie- en justitiestatistieken. Ook zijn vonnissen van jeugdige cyberdaders bestudeerd. Bij cybercriminaliteit is de ICT zowel middel als doel van handelen, zoals hacken of ransomware. Bij gedigitaliseerde criminaliteit is ICT een middel, maar geen doel. Het gaat dan over online bedreigen, stalken of aan/verkoopfraude.

Daders cybercrime

Er is een groot gat tussen de mate waarin jongeren in enquêtes iets zeggen over cyberdaderschap van zichzelf en de officiële politie- en justitieregistratie daarvan, schrijven Van der Laan en Hesseling. Ruim 1 op de 10 minderjarigen (12 tot 18 jaar) of jongvolwassenen (18 tot 23 jaar) rapporteert in het eerste kwartaal van 2020 daderschap van cybercrime over het voorafgaande jaar. Rond de 12% van de jeugdigen heeft naar eigen zeggen een gedigitaliseerd delict gepleegd (13 procent van de minderjarigen en 11% van de jongvolwassenen).

Verdachten online criminaliteit

Echter, onder jeugdigen is het aandeel verdachten of veroordeelden wegens een cyberdelict gering. Zo blijkt in 2019 maar 0,02% van de jeugdigen daarvan verdachte te zijn (464 jeugdigen; 125 minderjarigen, 339 jongvolwassenen). Het aantal en aandeel jeugdigen dat veroordeeld is voor een cyberdelict is in 2019 minder dan 0,01% (54 jeugdige daders; 14 minderjarigen, 44 jongvolwassenen). In perspectief, in 2019 werd van de 12- tot 23-jarigen 1,8% (40.720) verdacht van een misdrijf en 1,0% (22.800) kreeg een sanctie door het Openbaar Ministerie (OM) of de rechter (exclusief Halt-gestraften).

Lees verder op Secondant

 

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid